Tegen welke plagen
Amblyseius swirskii is een polyfage predator die veel verschillende prooien op zijn menu heeft staan. In paprika, aubergine en gerbera kan A. swirskii ook op stuifmeel overleven. Het is echter nog niet duidelijk of dit voor stuifmeel van alle cultuurgewassen geldt. Bij aanwezigheid van trips of witte vlieg neemt de roofmijt snel in aantal toe.
Trips
Amblyseius swirskii eet het eerste larvale stadium van trips (pdf). Dit kan oplopen tot 5 jonge tripslarven per vrouwtje per dag bij 25°C. Dit is vergelijkbaar met de predatiecapaciteit van A. cucumeris in het laboratorium.
Op planten kan A. swirskii, bij aanwezigheid van prooi, zich veel sneller ontwikkelen dan A. cucumeris. Dit is zowel in proeven van Wageningen UR Glastuinbouw als van Koppert gebleken. Op komkommer met trips nam de roofmijtpopulatie van A. swirskii in 3 weken tijd 9 keer zo snel toe als A. cucumeris. Hierdoor is de roofmijt op trips veel effectiever dan A. cucumeris. Afhankelijk van het gewas zijn er naast A. swirskii ook andere natuurlijke vijanden tegen trips (pdf) noodzakelijk om een goede bestrijding te garanderen.
Witte vlieg
A. swirskii eet vooral de eitjes en het eerste larvale stadium van zowel kas- als tabakswittevlieg. Dit kan oplopen tot 19 eitjes of 15 jonge larven per vrouwtje per dag bij 25°C. Ook zijn er aanwijzingen dat A. swirskii de eitjes van de koolwittevlieg eet.
Afhankelijk van het gewas zijn er naast A. swirskii ook andere natuurlijke vijanden tegen witte vlieg (pdf) noodzakelijk om een goede bestrijding te garanderen.
Spint
A. swirskii eet ook de jongere stadia van kasspint en heeft een licht onderdrukkende werking op kasspint. De roofmijten hebben last van de spintwebben en mijden daarom spinthaarden. Voor een goede bestrijding is het absoluut noodzakelijk om gespecialiseerde natuurlijke vijanden tegen spint (pdf) uit te zetten.
Weekhuidmijten (o.a. begoniamijt)
Bekend is dat A. swirskii ook begoniamijt op het menu heeft staan. Andere roofmijten die een werking op begoniamijt hebben zijn Amblyseius californicus, Amblyseius cucumeris en Amblyseius barkeri.
Is er voorkeur?
In een kassituatie komt het vaak voor dat meerdere plagen tegelijkertijd aanwezig zijn. Een polyfage predator als A. swirskii kan dan kiezen uit verschillende voedselbronnen zoals tripslarven, eieren en larven van witte vlieg, spint en stuifmeel van de plant. Je kunt je afvragen of dit nadelig is voor de bestrijding van een bepaalde prooi. Heeft A. swirskii een duidelijke voorkeur voor een bepaalde voedselbron of plaag?
Experimenten van de Universiteit van Amsterdam lieten zien dat witte vlieg beter werd bestreden wanneer stuifmeel aanwezig was dan wanneer alleen witte vlieg aanwezig was. Kasproeven van PPO lieten een vergelijkbaar principe zien. Bij aanwezigheid van zowel trips als kaswittevlieg, was de bestrijding van kaswittevlieg beter dan wanneer alleen kaswittevlieg aanwezig was (Figuur 1). De bestrijding van trips was in beide gevallen even goed. Een gevarieerd menu leidt dus niet tot het links laten liggen van een bepaalde prooi, maar resulteert alleen maar in een veel sterkere populatietoename en betere bestrijding van de aanwezige plagen (Figuur 2).
|
eig._tegen_welke_plagen_figuur_1_swirskii__trips__kaswittevlieg__roofmijten_copy.gif Bekijk figuur 1. Ontwikkeling van A. swirskii bij aanwezigheid van trips, kaswittevlieg of de combinatie daarvan, gedurende 10 weken na het inzetten van de roofmijten. |
|
eig._tegen_welke_plagen_figuur_2_kaswittevlieg__komkommer__skwirskii__trips.gif Bekijk figuur 2. Ontwikkeling van kaswittevlieg op komkommer met A. swirskii in een situatie met alleen kaswittevlieg of kaswittevlieg en trips. |
Meer informatie over het gedrag van A. swirskii bij aanwezigheid van twee plagen tegelijk is te vinden in het volgende rapport:
rapport PPO bestrijding van trips & kaswittevlieg (pdf)