Praktijkervaringen
Sinds 2005 is A. swirskii op steeds meerder bedrijven in verschillende doseringen uitgezet. Door de enorme bladoppervlakte bij roos moeten de roofmijten grote afstanden afleggen voordat ze, bij lage wittevliegdruk, in contact komen met hun prooi. Het lijkt erop dat A. swirskii vette plekjes mijdt, die zijn veroorzaakt door honingdauw van witte vlieg. Om die reden is het van belang om bij lage wittevliegaantasting direct te starten met inzet van A. swirskii. Bij telers die wat meer witte vlieg tolereren wordt A. swirskii makkelijker in het gewas terug gevonden. Dat wijst erop dat witte vlieg een goede voedselbron is waar de roofmijten goed op gedijen.
Er is vooral gekeken naar de bestrijding van witte vlieg. Het is duidelijk dat A. swirskii de wittevliegpopulatie reduceert. Aan optimalisering van het totale systeem van roofmijt, witte vlieg sluipwespen en chemische correctiemiddelen wordt nog steeds gewerkt. De roofmijt is ook regelmatig gevonden in kleine spintplekjes.
Het effect van A. swirskii op trips lijkt beduidend groter dan van A. cucumeris. Door de bijdrage van A. swirskii aan trips bestrijding kan het aantal chemische bestrijdingen verder verminderen.
De goede resultaten van de toepassing van A. swirskii middels verblazen heeft het gebruik van de roofmijt in roos gestimuleerd.