Onderzoeksresultaten in roos

 

In 2004 en 2005 is door WUR Glastuinbouw een reeks van nieuwe roofmijten in roos onderzocht. Daarbij is vooral gekeken naar de vestiging bij aanwezigheid van de plagen spint en kaswittevlieg. A. swirskii was één van de nieuwe roofmijtsoorten waarmee goede resultaten zijn behaald. Bij aanwezigheid van alleen kaswittevlieg kon A. swirskii zich goed vestigen en was er een goede populatieopbouw. Daarnaast was er een goede verspreiding in het gewas (zie grafiek 1). In het rozenbed waar A. swirskii was uitgezet werden hoge dichtheden bereikt tot gemiddeld 5 roofmijten per blad. Ondanks deze hoge dichtheden was in deze proef de bestrijding van kaswittevlieg niet afdoende. Voor een volledige bestrijding is een combinatie met de sluipwespen Encarsia formosa en Eretmocerus eremicus samen met integreerbare middelen waarschijnlijk noodzakelijk.

 

Bij aanwezigheid van spint (zie grafiek 2) kon A. swirskii zich eveneens goed vestigen, weliswaar niet in zulke hoge dichtheden als bij aanwezigheid van kaswittevlieg. A. swirskii lijkt in staat te zijn om lage dichtheden van spint op te ruimen. Voor de bestrijding van dichte spinthaarden schiet A. swirskii tekort. Daarvoor is de hulp nodig van echte haardopruimers als Phytoseiulus persimilis en Feltiella acarisuga.

 

A. swirskii bleek zich jaarrond te kunnen vestigen in een rozenteelt. Zelfs in de winterperiode met vrijwel geen plagen was A. swirskii een van de weinige soorten die nog goed was terug te vinden in het gewas. Op basis van deze resultaten kan gesteld worden dat A. swirskii een belangrijke bijdrage kan leveren aan de bestrijding van witte vlieg en spint in roos. De roofmijten kunnen zich goed vestigen en een populatie opbouwen in een rozengewas. De populatieopbouw is echter wel veel trager dan in een gewas als komkommer. Onduidelijk is nog in welke mate A. swirskii een effect kan hebben op trips in roos.

 

Koppert heeft A. swirskii in 4 praktijkproeven in roos getoetst. In de eerst proef is A. swirskii uitgezet in en rond haardjes van kaswittevlieg. In 2 proeven is gekeken naar verschillende doseringen en in de laatste proef is A. swirskii vergeleken met Amblyseius cucumeris. Uit de proef waarbij gekeken is naar dosering kan geconcludeerd worden dat het voedselaanbod in het gewas van meeste invloed is op het terugvinden van de hoeveelheid A. swirskii.

 

In de proef waarbij A. swirskii is vergeleken met A. cucumeris, zijn beide soorten roofmijten door middel van kweekzakjes in het gewas uitgezet (zie grafiek 3). Er was nauwelijks witte vlieg of spint aanwezig. Vervolgens is gekeken welke roofmijt het meest in het gewas werd gevonden. De populatie in het gewas bleek voor 90% uit A. swirskii en 10% uit A. cucumeris te bestaan.

 

Resultaat

  • A. swirskii kan zich goed in roos vestigen.
  • A. swirskii wordt veel makkelijker dan A. cucumeris in roos terug gevonden.
  • A. swirskii heeft een bestrijdende werking op witte vlieg en een nevenwerking op spint.

roos_grafiek_1_swirskii__witte_vlieg.gif

Bekijk grafiek 1. Goede verspreiding van A. swirskii in het gewas bij aanwezigheid van witte vlieg.

 

roos_grafiek_2_swirskii__cucumeris.gif

Bekijk grafiek 2. Vergelijking van A. swirskii met A. cucumeris (percentage bladeren met roofmijten).