Inleiding

 

Spint en trips zijn belangrijke plagen in de teelt van cymbidium. Door het wisselende en soms droge klimaat is Phytoseiulus als spintbestrijder vaak ontoereikend. Al lang is bekend dat de spint roofmijt Amblyseius californicus in cymbidium heel goed functioneert. Dit is immers een roofmijt die ook bij lagere luchtvochtigheid goed werkt en eigenlijk jaarrond in staat is om spint onder de duim te houden.

Gedurende de bloeiperiode is trips eigenlijk de sleutelplaag. Dat kan in verschillende maanden van het jaar zijn, afhankelijk van de bloeiperiode van het soort. De tolerantie van trips ligt in deze periode erg laag omdat er trips al bij lage dichtheden schade aan de bloem kan veroorzaken. Tegelijkertijd is er een ontwikkeling naar de toepassing van honingbijen voor het verzamelen van nectar uit de extraflorale nectarklieren van de bloemen. Dit voorkomt plakkerige bloemtakken. Het gebruik van de honingbijen beperkt de mogelijkheden van chemische bestrijding en is een stimulans om trips zoveel mogelijk biologisch te bestrijden. A. swirskii biedt hiervoor mogelijkheden.

Op enkele praktijkbedrijven is deze roofmijt (vaak gemengd met A. californicus) uitgestrooid, de resultaten op trips zijn bemoedigend. Inmiddels zijn ook de eerste toepassingen van roofmijt middels verblaas apparatuur uitgevoerd. Het vrij dichte gewas maakt dit een succesvolle werkwijze, omdat er nauwelijks roofmijten verloren gaan.