Onderzoeksresultaten in chrysanthemum
In chrysant zijn de eerste oriënterende proeven uitgevoerd met A. swirskii. Op een praktijkbedrijf werd in twee teelten van juni tot en met september 2005 A. swirskii uitgezet in een proefvak van 500 m². De tripsdruk was in deze periode over het algemeen laag (gemiddeld ca. 20 tripsen per vangplaat). Per teelt werden 100 roofmijten per m², drie weken na de plantdatum, over het gewas uitgestrooid (zie foto's). Dit kwam neer op dichtheden van 1,6 en 1,7 roofmijten per tak. Na vier weken was in beide teelten A. swirskii nog steeds terug te vinden in het gewas. De populatiegrootte was echter niet toegenomen. Gemiddeld werden 1,5 roofmijten per tak teruggevonden. Daarbij werden ook jonge stadia aangetroffen, wat er op duidt dat A. swirskii zich wel kan voortplanten in chrysant. Het is niet duidelijk in welke mate deze lage roofmijtdichtheden een bestrijdend effect hebben op trips.
In kasproeven bij WUR Glastuinbouw werd eveneens gevonden dat er wel vestiging van A. swirskii in het gewas is, maar geen sterke populatieopbouw.
In vergelijking met Amblyseius cucumeris had A. swirskii wel een sterker effect op trips. Bij A. swirskii nam de tripsaantasting met 30 procent minder toe dan bij A. cucumeris.
Resultaat
• A. swirskii kan zich vestigen in chrysant
• A. swirskii was effectiever in de bestrijding van trips dan A.cucumeris

