Neveneffecten van bestrijdingsmiddelen op Amblyseius swirskii
Bij de introductie van een nieuwe natuurlijke vijand is de kennis over nevenwerking van natuurlijke vijanden aanvankelijk zeer beperkt. Het is belangrijk om deze kennis snel en zorgvuldig op te bouwen. Door de grootschalige toepassing van A. swirskii is er in korte tijd veel kennis opgebouwd over neveneffecten van chemische middelen. Dat is gebeurd langs verschillende wegen: door gericht (laboratorium-) onderzoek, waarnemingen in veldproeven en het evalueren van praktijk- ervaringen.
Voor de teler is het neveneffect in de praktijk uiteraard het meest belangrijk. Dit effect wordt weergegeven door een inschatting van het effect wat optreedt als de bestrijder met het betreffende middel in contact komt. Binnen de IOBC (International Organisation for Biological and Integrated Control) is een categorie-indeling afgesproken voor de mortaliteit (c.q. de capaciteitsreductie, dat is het effect op de bestrijdingscapaciteit) als gevolg van toepassing van chemische middelen (zie tabel 1).
Tabel 1: Indeling categorieën
symbool/categorie | mortaliteit | |
| Ongevaarlijk | < 25% |
| Weinig gevaarlijk | 25 - 50% |
| Matig gevaarlijk | 50 - 75% |
| Zeer gevaarlijk | > 75% |
Naast het effect is ook de nawerking van belang: een inschatting van de tijdsperiode dat het middel na de toepassing nog invloed heeft op de bestrijder. Deze periode wordt voor bestrijders doorgaans uitgedrukt in weken na de (laatste) toepassing van het middel.
Het is belangrijk de informatie over neveneffecten te zien als een richtlijn, en niet als een absolute waarde die voor elke situatie hetzelfde is. Het seizoen, gewas, de groei, het klimaat, de gebruikte dosering en toepassingstechniek spelen alle een rol bij het uiteindelijke effect. Verder heeft in het algemeen een chemische toepassing net ná de introductie van bestrijders meer negatief effect dan op een gevestigde populatie van de bestrijders. Bij afwezigheid van alternatief voedsel (zoals stuifmeel) zal na toepassing van middelen die de prooi voor de roofmijt wegnemen de populatie roofmijten aanzienlijk verminderen. Tenslotte is het belangrijk te weten dat sommige middelen niet alleen via direct contact of als residu invloed kunnen hebben, maar ook kunnen worden opgenomen via de prooi.
Tabel 2: neveneffecten van middelen op A. swirskii.
Neveneffecten op Amblyseius Swirskii
| ||||
Handelsnaam | Actieve stof | Ei | Volwassen | Nawerking |
Insecticiden | ||||
VERTIMEC | abamectine |
|
| ? |
NEEM-AZAL | azadirachtin |
|
| ? |
diversen | Bacillus thuringiensis var. kurstaki |
|
| 0 |
FLORAMITE | bifenazate |
|
| 0 |
APPLAUD | buprofezin |
|
| ? |
TRIGARD | cyromazine | | | ? |
TORQUE | fenbutatin oxide | | | 0 |
ADMIRE | imidacloprid | | | ? |
ADMIRE | imidacloprid - aangieten |
| | 0 |
MATCH | lufenuron | | | 0 |
RUNNER | methoxyfenozide | | | 0 |
MILBEKNOCK | milbemectine | | | ? |
ULTRAFINE | Minerale olie |
| | ? |
PRIMOR | pirimicarb |
| | 0 |
SAVONA | Potassium salts of fatty acids |
| | 0 |
PLENUM | pymetrozine | | | 0 |
ASEPTACAREX | pyridaben | | | ? |
ADMIRAL | pyriproxyfen |
| | ? |
TRACER | spinosad | | | ? |
OBERON | spiromesifen | | | 0 |
NOMOLT | teflubenzuron | | | 0 |
CALYPSO | thiachloprid | | | 0 |
ACTARA 25 WG | thiamethoxam | | | 0 |
MYCOTAL | Verticillium lecanii | | | 0 |
Fungiciden | ||||
ORTIVA | azoxystrobine | | | 0 |
BAYCOR | bitertanol |
| | 0 |
COLLIS | boscalid + krexoxim-methyl | | | 0 |
NIMROD | bupirimate |
| | 0 |
diversen | carbendazim | | | 0 |
DACONIL | chloorthalonil |
| | ? |
SWITCH | cyprodinyl + fludioxonyl |
| | 0 |
RUBIGAN | fenarimol |
| | 0 |
ALIETTE | fosethyl-aluminium |
| | ? |
FUNGAFLOR | imazalil |
| | 0 |
ROVRAL | iprodione |
| | ? |
o.a. DITHANE | mancozeb |
| | ? |
PREVICUR-N | propamocarb-hydrochloride |
| |
|
SCALA | pyrimethanil |
| | ? |
FOLICUR | tebuconazool |
| | 0 |
TOPSIN-M | thiofanaat-methyl |
| | 0 |
EUPAREEN-M | tolylfluanide | | | 0 |
ROCKET | triflumizole | | | 0 |
diversen | zwavel - verdampen |
| | 0 |
diversen | zwavel - spuiten |
| | ? |
Er komen regelmatig nieuwe gegevens beschikbaar uit onderzoek en praktijkervaringen. De actuele informatie over de neveneffecten van chemische middelen op A. swirskii is onder andere te vinden op www.koppert.nl.
Bekijk het rapport van WUR Glastuinbouw (pdf) voor aanvullende informatie.
Deze gegevens moeten als richtlijn gezien worden.
Bij twijfel of onduidelijkheden is het raadzaam om, alvorens de toepassing van een middel plaatsvindt, contact op te nemen met uw begeleider of een van de Koppert Consultants.
Gebruik uitsluitend wettelijk toegelaten middelen en lees voor gebruik het etiket.
Kijk voor meer informatie op: Toelichting neveneffecten database