Levenscyclus

Net als bij andere roofmijten worden de volgende ontwikkelingsstadia doorlopen: ei, larf, protonimf, deutonimf en adult.

De populatieontwikkeling van Amblyseius swirskii hangt af van het soort voedsel, de beschikbaarheid aan voedsel, temperatuur en vochtigheid. A. swirskii, die van nature in de landen rondom de Middellandse zee voorkomt, is aangepast aan warme en vochtige klimaatomstandigheden. De kritische relatieve luchtvochtigheid (RV) is ongeveer 70%.

 

In een gewas leven de roofmijten in het microklimaat dat heerst in de luchtlaag die grenst aan het bladoppervlak. De luchtvochtigheid in deze luchtlaag kan sterk verschillen van die in de kas waar de planten groeien.

 

Wanneer het microklimaat rondom het bladoppervlak voor langere tijd lager dan 70% is, drogen de eitjes van de roofmijt uit en komen niet meer uit. Wanneer de RV in de kas sterk terug loopt zorgt het microklimaat rond het bladoppervlak meestal voor voldoende luchtvochtigheid. Alleen bij ernstige necrose van het blad door plagen zoals spint en trips kan het microklimaat beperkend worden. Bij bladnecrose neemt de verdamping af. Daardoor is de bladtemperatuur hoger en de luchtvochtigheid op de grenslaag van het blad lager.

 

De optimum temperatuur van A. swirskii ligt tussen 25 en 28 graden Celsius. A. swirskii kan zich bij hogere temperaturen beter handhaven dan A. cucumeris. Spaans onderzoek in paprika heeft dit aangetoond.

 

De ontwikkelingsduur van ei tot volwassen stadium duurt bij 26°C slechts 5 tot 6 dagen. A. swirskii legt in aanwezigheid van voldoende voedsel gemiddeld 2 eitjes per vrouwtje per dag.

 

De roofmijt gaat niet in diapauze (winterrust) onder invloed van korte daglengte of lage temperatuur. Dit betekent dat de roofmijt ook actief is bij korte dag (< 12 uur licht). Wel is de temperatuur van belang: Indien de temperatuur lager is dan 15 graden Celsius zal de roofmijt weinig actief zijn. Hij blijft echter wel in leven. A. swirskii kan niet tegen vorst.

 

Uiterlijk

Mijten zijn te herkennen doordat het volwassen stadium acht poten heeft en het lichaam één geheel vormt zonder segmenten.

 

Amblyseius swirskii behoort tot de familie van de Phytoseiidae. Deze groep van roofmijten onderscheidt zich doordat er relatief weinig haren op de rug aanwezig zijn, maximaal 20 haarparen. De commercieel beschikbare roofmijten zoals Amblyseius cucumeris, Amblyseius degenerans, Amblyseius californicus, en Phytoseiulus persimilis behoren allemaal tot de familie van de Phytoseiidae. Sommigen zijn door de kleur gemakkelijk te herkennen. Zo is Amblyseius degenerans (die wordt uitgezet in paprika) altijd donkerbruin tot zwart gekleurd. De spintspecialist Phytoseiulus persimilis is altijd felrood gekleurd.

 

A. swirskii is niet met het blote oog of met een loep te onderscheiden van een aantal andere roofmijten zoals A. cucumeris, A. californicus, Amblyseius barkeri of Amblyseius andersoni.

 

De verschillen in uiterlijk zijn subtiel en alleen onder een microscoop (pdf) zichtbaar. Wilt u echt met zekerheid weten met welke roofmijt u te maken heeft dan moet u deze laten determineren.

 

Dowload hier de microscopische kenmerken van Amblyseius (Typhlodromips) swirskii (pdf)

 

De kleur is totaal afhankelijk van hetgeen de mijten gegeten hebben. Dit kan variëren van donkerrood, paars tot lichtgeel. Met trips en witte vlieg als prooi neigt de kleur naar licht oranje. Ook aan het gedrag van de roofmijt is moeilijk op te maken met welke roofmijt u te maken heeft.