Advies
Eerste teelt
In de eerste teelt is het uitzetten van A. swirskii niet persé noodzakelijk daar deze teelt in de meeste gevallen zonder problemen verloopt. U kunt in deze teelt uw huidige introductieschema handhaven.
Mocht er zichtbaar trips of witte vlieg (50 trips per blauwe of 100 witte vlieg per gele vangplaat) worden waargenomen en duurt de teelt nog minimaal 6 weken dan is het advies om 4.000 zakjes A. swirskii per hectare op te hangen.
Tweede, derde, vierde teelt
Bij de start van een tweede, derde of vierde teelt, is trips en witte vlieg over het algemeen direct aanwezig. Afhankelijk van de situatie kan besloten worden om wel of niet voor een chemische start te kiezen.
Zonder chemische start
Indien zonder chemische middelen gestart wordt is het advies om binnen enkele dagen na het planten een bladintroductie met A. cucumeris toe te passen. In dezelfde week van de bladintroductie, 1 kweekzakje A. swirskii per 3 stengels uitzetten. Indien zichtbaar trips of wittevlieg in het gewas aanwezig is zal A. swirskii zich in het gewas vestigen. Indien er niet zichtbaar een plaag aanwezig is, kan het nodig zijn de introductie van de kweekjes na 5-6 weken te herhalen. Beoordeel de situatie in het gewas.
Tegen witte vlieg dient binnen één week na planten aanvullend gewerkt te worden met een 4 keer wekelijkse introductie van 3 sluipwespen per m2 (1,5 Encarsia formosa en 1,5 Eretmocerus eremicus per m2).
De combinatie van de roofmijt A. swirskii die vooral de eieren en de crawlers (eerste larve stadium) van de witte vlieg predeert en de sluipwespen, die zich vooral op het tweede, derde en vierde larve stadium van de witte vlieg richten is sterk omdat ze elkaar goed aanvullen.
Met chemische start
Indien bij de start van de teelt eerst een aantal chemische middelen worden toegepast zal rekening gehouden moeten worden met de wachttijd van deze middelen op de natuurlijke vijanden. Introduceer 1 week na de laatste bespuiting 1 kweekzakje A. swirskii per 3 stengels.
Plaagdruk meten
Direct bij de start van de teelt 50 Horiver vangplaten per ha ophangen. Vangplaten zijn ideaal voor het waarnemen en wegvangen van diverse plaaginsecten.
Horiver geel voor bladluis, mineervlieg, witte vlieg en trips; Horiver-tr. blauw voor trips. Wekelijks minimaal 25 vangplaten/ha tellen geeft vroegtijdig belangrijke informatie om de juiste hoeveelheden natuurlijke vijanden in te zetten.
Trips
Strooi 1-2 dagen na het planten op elke pot Amblyseius cucumeris. Vervolgens in de winterteelt (afhankelijk van tripssituatie) preventief na 4-5 weken zakjes Amblyseius cucumeris in het gewas ophangen. Het is echter raadzaam om Amblyseius swirskii uit te zetten indien het aantal trips oploopt naar 5 per vangplaat per week, of als er een combinatie is van witte vlieg en trips in het gewas of op de vangplaten.
Strooi in de vervolgteelten 1-2 dagen na het planten op elke plant Amblyseius cucumeris op het blad. Daarna binnen één week na de bladintroductie preventief zakjes Amblyseius cucumeris in het gewas ophangen, indien trips of witte vlieg niet worden gesignaleerd op de vangplaten. Zet Amblyseius swirskii uit indien trips of witte vlieg in het gewas of op de vangplaten voorkomt. Doseringen zijn afhankelijk van plaagsituatie. Bij toename van trips aanvullend Orius majusculus inzetten, of ter correctie 3-4 x Mycotal-Addit spuiten.
Witte vlieg
In de winterteelt één week na het planten of 3 weken na de laatste Vertimec behandeling starten met preventief wekelijks uitzetten van de sluipwesp Encarsia formosa. Zodra witte vlieg op de vangplaten wordt gevangen, wekelijks 1,5 Encarsia formosa/m² uitzetten; bij een hogere witte vlieg aantasting het aantal sluipwespen aanpassen, en overgaan op een mengsel van Encarsia formosa en Eretmocerus eremicus. Aanvullend Amblyseius swirskii kweekzakjes uitzetten, zo dat al niet voor de bestrijding van trips is gebeurd.
In vervolgteelten moet de eerste cyclus witte vlieg worden opgevangen met Amblyseius swirskii en is de inzet van sluipwespen tegen witte vlieg alleen curatief nodig. Start met volvelds introducties van 4 x wekelijks 3 per m² Eretmocerus eremicus en/of Eretmocerus mundus, zodra witte vlieg wordt waargenomen op de vangplaten. De soort sluipwesp is afhankelijk van de aanwezige soorten witte vlieg.
Strooi op witte vlieg haarden extra Amblyseius swirskii uit flessen of hang extra zakjes op.
In langere teelten (hoge draad, tussenplant) en EKO-teelt is de roofwants Macrolophus caliginosus een nuttige aanvulling in haarden. Correctie van een te hoge witte vlieg aantasting kan door spuiten met Mycotal-Addit.